Verhalen

Ik mis mijn kudde

Het ‘World Human Conservation Project’ deelde vandaag het rapport; we moeten ruim honderd jaar eerder ruimen. Het nieuws werd slecht ontvangen, want ik en mijn leeftijdsgenoten waren in de veronderstelling dat wij onze kinderen zouden moeten voorbereiden op het onvermijdelijk – als we ze al kregen. Ik was samen met Hugo toen we het hoorden, zijn klamme hand in de mijne. Uit alle open deuren en ramen in de wijk vibreerde het rumoer harder dan ooit en ik was niet in staat om het trillen van mijn handen te stoppen, dus drukte Hugo zijn lippen er tegenaan. Ik keek hem aan en vroeg me af wie van ons het zou redden.

De mens is tragisch uit de bocht gevlogen. We leven te lang en te comfortabel, daarom zijn we zo zacht en kwetsbaar geworden als een suikerspin. Wie slim is hoeft immers niet sterk te zijn, toch? Maar de wereld bleek niet maakbaar. Pandemie na pandemie overwoekerde de aarde en even overwogen de wereldleiders om natuurlijke selectie z’n gang te laten gaan, maar te veel mensen waren daarop tegen. Het WHCP zou ons weer harmoniseren met ‘The Great Reset’. Er waren nog een paar individuen die zich ertegen verzetten, maar het was duidelijk dat ons anti-kuddegedrag ons fataal zou worden.

~

‘Jullie weten allemaal waarom jullie hier zijn?’ het grijze pak van de Meester ruist wanneer hij de zaal in komt. Voor de zware deur geruisloos achter hem sluit vang ik een glimp op van de volgende groep.

              ‘Ja, Meester.’ echoot het. Vanuit de nok van de koepel sijpelt de hitte van de zon naar binnen en druipt via de muren op de ring van hologrammen om ons heen. Gezonde, glimlachende vrouwen en mannen worden afgewisseld met bemoedigende leuzen:

              ‘Zonder jullie geen toekomst.’

              ‘Onze geschiedenis is gevuld met moedige offers.’

              ‘The Great Reset is er voor ons allemaal.

Naast me zit een jongen wiens knokkels steeds witter wegtrekken terwijl hij de broekspijp van zijn uniform in zijn vuist neemt en een stuk enkel tevoorschijn komt. Mijn handen missen die van Hugo.

              ‘Goed.’ de Meester schraapt zijn keel en kijkt over mij heen de zaal in. ‘Het is belangrijk dat ieder van jullie weet dat je hier voor jezelf zit. En dat niet iedereen het zal redden.’

Ik hoef niet achterom te kijken om te weten dat ik met niemand uit deze groep een band heb. Ze hebben ons bewust uit elkaar gehaald. Geen relatie, geen vriendschap, zelfs geen bekend gezicht. Het is beter zo.

              ‘Voordat we beginnen wil ik de regels nog eenmaal benoemen.’ de Meester pakt de binnenkant van zijn ellebogen vast, waardoor zijn brede postuur beter zichtbaar wordt. De tl-buizen en hologrammen geven zijn gladgestreken gezicht een virtuele gloed.

              ‘Éen: elk gegeven bevel wordt direct uitgevoerd. Twee: individuen bewegen zich nooit alleen door de faciliteit. Drie: samenscholing met meer dan vier individuen is verboden buiten de werkuren om. Vier: ieder individu besteedt minimaal vier uur per dag aan Vrijetijdsbesteding, waarvoor jullie als het goed is allemaal een keuze hebben gemaakt, klopt dat?’

              ‘Ja, Meester.’

Op het inschrijfformulier had een selectie vrijetijdsbestedingen gestaan, je mocht er één kiezen. Niks sprak me aan, dus heb ik gedobbeld en uiteindelijk een kruisje gezet bij Aarde en Milieu. Schoffelen in een moestuin is een vaardigheid die misschien nog van pas kan komen.

              ‘En dan regel Vijf.’ hij liet een lange stilte vallen. ‘Tussentijdse eliminatie wordt zonder verzet geaccepteerd.’

Regel vijf was voorafgegaan aan een ellenlange disclaimer van het WHCP, waarmee we – na ondertekening – afstand deden van al onze mensenrechten; het project zou ons lot bepalen. De flyers en posters en tv-reclames hadden ons allang voorbereid. Ze hadden expres een jonge, blonde vrouw gekozen om de harde termen te verzachten: populatie-controlegroep, chemische sterilisatie, eliminatie van het ongezonde overschot, alsof ze het over herten op de Oostvaardersplassen had.

‘We gaan door naar de Eerste Fase: de selectie op basis van medische geschiedenis en huidige fysieke en mentale gezondheid.’ de Meester kijkt even kort op een notitieblok. ‘Ik wil jullie vragen om je op een ordelijke manier richting de teststraat te bewegen.’

Na een zoem opent een schuifdeur, daarachter een hoge hal met witte tenten, mensen in lange labjassen en beveiligers met wapenstokken. Ik sluit aan in de rij. Het geschuifel van onze gympen en gedempte stemmen weerkaatst tegen de betonnen muren. Er klinkt verhit gefluister wanneer het eerste lijkbleke overschot uit de rijen wordt geplukt en in een hoekje wordt gedreven.

              ‘Kantel je hoofd naar achter en doe je mond zo ver mogelijk open.’ De vrouw in de labjas steekt een lange wattenstaaf achter in mijn keel en terwijl ik kokhals haalt ze de staaf in drie trage cirkels langs mijn huig. De test gebeurt waar ik bij sta, het scherm kleurt straks groen of rood en ik denk aan Hugo die mijn trillende handen kust. Hij was iets ouder en daarom een week eerder opgeroepen, bij het afscheid had hij hoopvol ‘tot later’ gezegd. Ik kijk omlaag en vouw mijn handen om de lichte heuvel die ietsje knelt in het uniform. Hugo had net zo lang zijn hand op mijn buik gehouden tot hij de bus in moest en alvast wat namen in mijn oog gefluisterd. ‘Chris’ was blijven hangen, omdat we het geslacht nog niet wisten.

En dan kleurt het scherm rood.

Ik weet het, ik weet het. Niemand houdt van cookies (behalve misschien chocolate-chip), maar deze website maakt er wel gebruik van. Als je doorgaat met het gebruiken van deze website, ga ik er vanuit dat je ermee instemt.  Meer info